Leren vanuit vrijheid in verbondenheid!

Hoi lieve kinderen

Sinds 2011 mag ik bij jullie zijn. Soms als meester, als begeleider, als coach, als pedagogisch oplaadpunt, als betweter, als vijand, als vriend. Ik lees en hoor veel van andere mensen en zo neem ik vaak woorden van anderen mee in mijn eigen referentiekader (dingen die ik heb gezien en beleefd, alles wat ik denk te weten als Arthur). Zo denk ik dat jullie de hele dag aan mij vragen: ‘Wie ben jij?’ en ik alleen mezelf en mezelf als instrument kan en wil geven!

Soms zie ik je maar een paar minuten, soms een uur, een dag, een week, een maand en soms zelfs jaren, maar altijd tijdelijk. Sommige filosofen (mensen die kennis zoeken door veel na te denken) leren dat ze op een gegeven moment zeker weten dat ze niets zeker weten. Ik heb dat gevoel al vanaf mijn kinderjaren en dat maakt me wel eens onzeker, soms zelfs angstig. Ik weet al heel lang dat ‘a’ + ‘b’ bij mij geen ‘ab’ is, maar meestal ‘c’, ‘d’ en soms ‘q’. En net als ik denk dat het dan ‘q’ is, dan is het toch ‘e’. Het leven is volgens mij niet voorspelbaar en laat dat telkens weer zien. Net als je denkt het zeker te weten, weet je het weer niet zeker. Ik vind het wonderlijk te zien dat veel mensen (echt heel veel!) geloven in ‘meten = weten’ als het gaat om jouw leven. Als het gaat om jouw manier van leren, als het gaat om jouw ‘zijn’, jouw eigen persoonlijke leven. Het is toch belachelijk om jouw leven te vergelijken met die van een zogenaamd gemiddeld kind? Die bestaat niet en zal nooit bestaan. En stel dat het bestaat, dan zal het zich gemiddeld voelen. Ik heb mezelf altijd heel gemiddeld gevoeld en ik vind dat nog steeds geen fijn gevoel. Geen enkele ouder of opvoeder zal een gemiddeld kind willen, en toch blijven ze hun eigen kinderen telkens weer met dat gemiddelde kind vergelijken en maar pushen om hun ‘eigen’ kind ‘beter’ te ‘maken’. Hoe kan je nu toch ‘beter’ worden dan een gemiddelde van alle kinderen? Dat betekent toch alleen maar dat er een scheiding zal ontstaan tussen goed en niet goed, tussen laag en hoog? Ben jij dan geen goed kind als je aan de verkeerde kant van dat gemiddelde kind zit? Ben je dan stom? Slecht? Zwak? Tel je dan niet mee? Krijg je dan geen baan? Mag je geen plezier hebben? En de kinderen aan de andere kant. Moeten die dan altijd maar goed zijn? Mogen ze nooit eens gek zijn? Moeten ze altijd een voorbeeld zijn? Moeten die lage, slechte kinderen altijd doen wat de goede, hoge kinderen bevelen of andersom? Gaat het inderdaad over een soort competitie (een strijd om beter te zijn dan de ander, net zoals in de sport)? Een soort levenswedstrijd? Ik denk dat we te ver zijn doorgeschoten en dat er veel kinderen zijn die daar op dit moment slachtoffer van zijn. Kinderen die niet het respect krijgen waar ze recht op hebben, maar ze krijgen drugs, zodat ze goed opletten in de klas, of straf, omdat ze ‘teveel’ aandacht vragen. Dat levert geen ontwikkeling, maar stres en uitval bij die groep kinderen, zodat ze letterlijk buiten de systeem-boot vallen.

De enige waar jij mee vergeleken mag worden ben je zelf!

Ik wil graag jouw hulp zijn om jezelf af en toe met jezelf te vergelijken. Zo hoop ik dat ik je het leven kan laten zien. Wat het te bieden heeft en wat jouw rol als jezelf daarin kan zijn. Ik stuur, omdat ik graag wil dat je een goed mens wordt en in ieder mens zit goed en slecht. Ik geloof dat wat je aandacht geeft groeit, dus richt ik me op het goede, maar ik wil het slechte ook accepteren, want dat is ook onderdeel van jou (en van mij).

Ik zoek heel vaak de grens van wat je zelf al kan en laat dat jou dan ook doen, ook als het wel eens fout zal gaan. Ik denk dat als ik alles constant voor jou doe en je dan op je 18de ineens loslaat, jij geen idee hebt hoe je kan leven in een democratie. Ik wil je nu al leren dat jij veel zelf kan, eigen verantwoordelijkheid hebt, en fouten mag maken, zodat je kan leren. Vaak gaat dat over levensvaardigheden, zoals vriendschap, jezelf durven zijn, omgaan met emoties van jezelf, omgaan met emoties van anderen, eerlijkheid, oneerlijkheid en noem maar op.

Ik heb mezelf lange tijd niet leuk gevonden, een echte loser. Als kind op de basisschool was ik nergens echt goed in, en ook later op de middelbare vond ik mezelf erg gemiddeld. Telkens als kind en later als ik dacht aan mijn kindertijd was ik er zeker van dat ik geen leuk kind was. Ik vond dat boos zijn en negatieve emoties niet mochten en ik was vaak boos en ook wel eens gemeen voor mensen en dieren, dus was ik (in mijn ogen) geen leuk kind. Ook was ik niet de beste in rekenen, slecht in taal, snapte ik soms niet veel van andere vakken en werd ‘naar buiten kijken’ als iets slechts beoordeeld door mijn meester op al mijn rapporten. Gewoon een stom kind dus. En oohh wat vonden veel mensen mij lief, maar dat klopte natuurlijk niet en ik zorgde er met ‘domme en soms slechte dingen doen’ ook wel voor dat dit beeld niet klopte in mijn ogen. Begrijp me goed, ik heb een hele toffe, leuke jeugd gehad, ben opgegroeid in een warm gezin en voelde me meestal ‘happy’, maar ik vond mezelf niet leuk. Het lukte me toen niet om van mezelf houden, ik vond ook dat dat niet hoorde, een soort van zelfverheerlijking, wat in mijn ogen ‘slecht’ was.

Nu denk ik dat als je jezelf niet kan liefhebben, je ook niet van een ander houden kan. Van mezelf houden kan alleen als ik mezelf accepteer, met al mijn goede en slechte kanten. Alleen zo kan ik jou als mens accepteren en je liefhebben. Alles wat bij jou hoort! Vanuit die relatie die ik met je heb (of wil hebben) kan ik je dan aandacht geven, zoals ik aandacht wil geven: vanuit acceptatie, liefde en vertrouwen.

Een mevrouw die veel nadacht schreef eens dat we vanaf de geboorte allemaal anders zijn. Ik denk inderdaad dat we zelfs vanaf het moment in de buik van de moeder al anders zijn. Daar maak je al andere dingen mee, reageer je als jezelf al op geluiden, stoffen in het bloed, bewegingen. Zelfs meerlingen zullen deze ‘prikkels’ als zichzelf ervaren, ieder op zijn/haar unieke manier. Dat onderdeel, dat unieke, dat jezelf zijn, noem ik ‘subject zijn’. Dat is niet wie jij denkt te zijn ten opzichte van andere mensen (identiteit), maar dat gaat echt over jezelf als persoon, als mens. Ik denk dat jij vanuit wie jij bent in contact kan komen met al het andere. Vanuit jezelf kan je jouw plek in de wereld ontdekken en dat jij daar onderdeel van bent. Ik hoop dat je dan ontdekt dat we allemaal verbonden zijn met elkaar en dat jij daarin een belangrijk onderdeel bent. Ik geloof dat we allemaal met elkaar verbonden zijn! Niet alleen met andere mensen, maar met de hele wereld, met het hele universum. We zijn één organisme. Als je daarnaar kijkt en inzoomt zie je een grote chaos, maar samen vormt het toch een geheel. Alleen samen, met al onze verschillen kunnen we één organisme zijn.

Jullie zullen mij inmiddels kennen als iemand die ook wel eens chaotisch is. Net als dit schrijven, net als mijn handelen in de klas, spring ik wel eens van de ene naar de andere kant. Dat hoort bij mij. In mijn hoofd gaat het dan snel, via allerlei links, van de ene naar die andere kant. Soms door een woord, soms door iets wat ik zie, soms door een herinnering die ineens naar boven komt, soms door een gevoel van mezelf, soms door en gevoel van jou. Zo gaat het bij mij en als je mij een beetje kent, dan snap je dat. Soms wil ik het te graag goed doen, wil ik jullie helpen, wil ik jullie onderwijzen, zoals ik denk dat het goed is, zoals ik denk dat het ‘hoort’. Jullie laten mij dan wel eens zien dat ik het niet goed doe, of je hebt andere wensen, of jij vindt dat het anders hoort. Dat botst wel eens. Dat geeft mij wel eens een machteloos gevoel, waardoor ik niet altijd weet wat ik moet doen in een situatie. Net als jullie van fouten leren, leer ik dan ook van mijn fouten, hoewel het me ook wel eens boos, bang of verdrietig maakt, net als ik dat bij jou wel eens zie gebeuren. Soms gebeurt er zoveel in een groep en wil ik jullie zo graag allemaal helpen, maar heb ik gewoon de energie niet. Met mijn 2 ogen, 2 oren en mezelf als Arthur kan ik maar 1 kind tegelijk aandacht geven. Dat lukt niet altijd, en dat frustreert mij wel eens, waardoor ik dan natuurlijk net bij jou kwaad reageer, of je net op dat moment negeer als je me echt nodig hebt. Dat zijn situaties waar ik slapeloze nachten van heb, omdat ik het graag goed wil doen, ook in jouw ogen. Ik hoop dat we dan zo’n goede relatie hebben, elkaar zo goed kennen en vertrouwen, dat we elkaar daar ook op aan willen en durven spreken. Sorry durven zeggen als je fouten hebt gemaakt. Eerlijk willen en durven zijn. Als ik 2 uur slaap in de nacht ben ik ook echt anders dan als ik 8 uur slaap. Zo snap ik ook dat jij je de ene dag heel anders kan voelen dan de andere dag. Als ik je zeg dat je van fouten kan (en zal) leren, maar ze zelf nooit maak (of zeg te maken), dan ben ik een leugenaar en kan je mij niet vertrouwen. ‘Grote mensen’ vertrouwen is al zo lastig, want ze zeggen je dat je eerlijk moet zijn, maar als je eerlijk bent krijg je een grote mond of straf. Je moet aardig zijn voor dieren zeggen ze, maar vliegen gaan gruwelijk dood aan strooppapier en in één hamburger zitten wel 200 stukjes vlees van verschillende varkens, die massaal, tegen elkaar opgroeien, zonder één keertje buiten te zijn. Je mag niet jokken, zeggen ze, maar vervolgens ‘jokken’ ze de hele dag tegen jou over van alles en nog wat met als reden: ‘daar ben je nog te klein voor’.

Ik wil jou graag leren kennen. Voordat ik je ken leer je naam. Dertig namen leer ik in vijftien of meer minuten uit mijn hoofd. Zodra ik je zie stel ik mezelf voor. Ik koppel jouw naam (de letters) aan jou (de mens). Ik wil het onthouden. Maar na de andere 29 koppelingen ben ik jouw naam vergeten, of vergis ik me de hele dag. Dat wil ik niet, maar het gebeurt wel, want ondanks mijn liefde voor fotografie heb ik geen fotografisch geheugen. Ik leer net als jij leert en vergeet of verwar, net als jij dat misschien ook wel eens doet. Ondanks mijn visie van liefde, aandacht en vertrouwen, heb ik ook wel eens mijn dag, mijn moment niet. Soms lukt het, soms niet en soms zie ik het anders dan jij het ziet.

Lieve Melissa, Jij vertelde me dat er in mijn klas niet werd gepest, dat gebeurde gewoon niet, punt uit. Jij voelde dat zo, terwijl ik dat anders voelde. Ik vond ook dat mijn mentor destijds jou en de groep niet vertrouwde en letterlijk alles wilde bepalen in ‘haar’ groep, zoals zij dat wilde. Soms kreeg ik het benauwde gevoel dat ze zelfs bevelen wilde geven over wanneer jullie mochten ademen en wanneer niet (ik overdrijf graag een beetje 😉 ). Lieve Mirjam, Ik vond je lief, ik wilde je helpen en ik gaf je volgens mijn gevoel veel aandacht. Ohh, bestond er maar een handboek ‘hoe ben ik een goede vriend’, maar zelfs dan zou ik er kritiek op hebben, omdat het leven altijd anders zal zijn dan een handboek. Jij koos de dood. Had ik het kunnen voorkomen? Ik weet het niet. Misschien had die ene knuffel het verschil gemaakt. Het zeker weten dat ik dat niet zeker weet maakt me nog steeds verdrietig, maar jeetje, had ik het maar gedaan. Ik knuffelde niet, omdat ik dacht dat je mij niet wilde. Ik vond je super lief, maar vertelde dat niet, want ik dacht dat je mij dan niet meer wilde zien…

Ohh Pim, en bij jou? Ik mis je nog iedere dag. Je stierf met een glimlach op je gezicht. Je was helemaal tevreden en vond dat de wereld jou niet meer nodig had. Beter af was zonder hou als mens en als mijn beste vriend. Had ik meer aandacht kunnen geven? Ik denk het wel. Dat spijt me. Ik ben daar in vriendschappen niet goed in. Pim, ook kinderen die zijn zoals jij wil ik helpen door er te zijn, door ze te zien, door ze te erkennen als mens. En shit, wat baal ik ervan als me dat ook wel eens niet lukt.

Keith, jij die zo druk was in je hoofd, drukker dan het drukste kind, zo druk, tot het einde. Stom ongeluk.

Lief kind dat naast me lag, je vocht voor je leven, je stierf terwijl mijn eigen zoon vocht voor zijn leven.

Lieve zoon, jij koos ervoor om te leven en bij ons te zijn. Wat houd ik veel van jou en van je broer! Wat besef ik me goed dat ik ook bij jullie maar tijdelijk aanwezig mag zijn. En wat ben ik daar blij mee!

Ons leven is niet ‘later’, het leven is nu!

Lieve kinderen, de liefde die ik voor jullie voel lijkt veel op die van mijn eigen kinderen. Daarom ook mijn onmacht als jullie elkaar haten, elkaar willen doden. Een Poolse arts zei eens: ‘Waar 150 kinderen bij elkaar zijn, zullen er 30 conflicten en 5 gevechten per dag zijn’. Hij was ook één van de eerste mensen die kinderen echt als gelijkwaardig mens zag en zo met kinderen om wilde gaan. Zo was hij bijvoorbeeld oprichter van een kinderrechtbank, waar kinderen zelf advocaat en rechter waren. Hij is ook de eerste geweest in onze tijd die vond dat kinderen ook rechten hebben. Niet de grote mensen, maar alle mensen hebben een stem waar naar geluisterd moet worden. Een stem die meetelt.

Soms is er gewoon geen klik tussen mensen. De puzzelstukjes passen dan gewoon niet op elkaar. Dat kan, maar zeker in een gedwongen situatie, zoals dat in de meeste schoolklassen het geval is, kan dat erg lastig zijn voor één of meerdere mensen in die groep. Vaak wordt nu door dwang van de juf of meester bepaalt dat je mee moet doen, dat je zelfs verplicht vrienden moet zijn. Dat kan natuurlijk niet. Wat ik wel wil is dat we allemaal in dezelfde ruimte kunnen zijn en dat je het andere, wat nooit ‘vriend’ kan zijn in jouw ogen, wel kan accepteren. Soms is dan bij jezelf denken ‘jammer… ‘ alles wat je hoeft te leren. Voor de één is dat makkelijk, voor de ander moeilijk. Soms zie ik zelfs dat ouders dat onderling ook niet kunnen. Terwijl ik een keer probeerde te leren dat we ‘aardig’ moeten zijn, waren twee ouders met elkaar aan het vechten in de aula.

Ik geloof dat jij vooral doet wat ik doe, en niet wat ik zeg. Ook geloof ik dat je onvoorwaardelijk voor je ouders kiest, hoe moeilijk ze soms kunnen doen en ook als ze je wel eens pijn doen of je verdrietig maken. Daarom hoop ik altijd dat ik samen met jou en je ouders/verzorgers mag zijn, mag overleggen, mag bepalen wat voor jou belangrijk is en wat niet. Als ik alleen met je ouders praat over jou, dan voelt dat voor mij respectloos, want jij bent ook mens en het gaat over jouw leven. Als ik alleen met jou praat en niet met je ouders, mis ik een deel wat ook bij je hoort. Mij gaat het om gelijkwaardigheid. Ik ken veel grote mensen die ik niet volwassen vind, omdat ze hun eigen kind als een soort programma zien, wat ze precies zo kunnen programmeren zoals zij dat willen. Een soort perfecte kopie van wat zij zelf (hadden willen?) zijn, of wat ze hadden willen worden… ? Overdreven beschermen, omdat je geen pijn zou mogen hebben, of niet dood mag gaan. Kan je het dan ooit goed doen? Mag je dan ooit jezelf zijn? Zelf ontdekken? Zelf leren van fouten? Bijna iedereen die ik ken vindt ‘respect’ zo belangrijk, maar jij moet precies doen wat zij jou bevelen te doen. Is dat ‘respect’? Ik zou het niet in mijn hoofd halen mijn vrienden zo te behandelen, waarom dan wel een kind zo behandelen? Ik zou zelfs boos worden als iemand me zo behandelt, misschien zelfs gaan slaan met woorden of met vuisten, maar in elk geval neem ik je dan niet meer serieus. Kan ik je dan gewoon even niet meer vertrouwen.

Lieve kinderen, ik draaf weer door. Ik kan nog wel uren doorschrijven waarom ik dingen vind, waarom ik dingen doe zoals ik ze doe, waarom ik dingen goed vind of juist slecht. Ik hoop in elk geval dat jij met deze woorden leert dat ik mens ben, zoals ik weet dat jij mens bent. Soms ben ik bang, soms wil ik mijn verdriet niet tonen, maar huil ik wel, soms wil ik niet boos worden, maar word ik het wel, zeker als ik zie dat je pijn krijgt of iemand pijn doet. Soms voel ik me dan wel eens ongeschikt als meester, als begeleider, als opvoeder, als mens. Dan wil ik het zo graag goed doen, je meer geven dan ik kan geven, dan wil ik alles voor je oplossen. Maar dat kan natuurlijk niet. Jouw oplossing heb ik niet, daar is ook geen handboek voor, dat moeten we samen doen, waarbij alleen jij zelf de oplossing vinden kan en ik je alleen kan helpen de weg te vinden die je daarbij helpt. De mens is zo mooi, omdat we, ook na botsingen, elkaar kunnen vergeven en weer opnieuw kunnen en mogen beginnen. Soms is het vertrouwen dan even weg, maar ook dan kunnen we elkaar opnieuw leren vertrouwen, met vallen en opstaan. Het leven is niet altijd leuk en gezellig, het is soms keihard, gemeen en zwaar. Ik snap dat je dan soms geen uitweg meer ziet. Het even niet meer positief kan zien of wil zien. En dat is goed. Dat is leren. Dat is leven. Daar wil ik je graag bij helpen. Als je dan, vanuit een gevoel van veiligheid en vertrouwen, wil leren, dan leer je. Je leert natuurlijk altijd, maar dan leer je in mijn ogen wat echt waardevol is, waar jouw interesse naar uitgaat, wie jij bent, wie jij wilt zijn voor jezelf, de ander en de wereld en welk pad je kan bewandelen om die doelen te halen.

Lieve kinderen, Ik probeer een mooi einde te bedenken, een prachtig handboek te schrijven, een perfect recept van mij en misschien van jullie. Een conclusie die over 100 jaar nog wordt gebruikt. Maar da’s natuurlijk onmogelijk. Er bestaat geen lijstje met vaste handelingen of teksten of schema’s om te leren van het leven. Het zal telkens weer zoeken zijn. Zoeken om elkaar te leren kennen. Zoeken om te zien waarom ik een zes bedoel en jij een negen begrijpt en andersom. Zoeken hoe we samen kunnen zijn en hoe we anders mogen zijn. Wat ik je kan en wil beloven is dat ik dit avontuur met je aan wil gaan. Het samen met jou wil beleven. Soms 5 minuten, soms een uur, soms een week, een maand, soms misschien zelfs jaren…. en altijd tijdelijk, dus laten we genieten waar dat mogelijk is!

 

knuf van Arthur

 

Boeken die me mede hebben geholpen dat ik ben wie ik (nu) ben:

Berding, J. (2016). ‘Ik ben ook een mens.’ Opvoeding en onderwijs aan de hand van Korczak, Dewey en Arendt. Culemborg: Uitgeverij Phronese
Biesta, G. (2016). Het leren voorbij. Democratisch onderwijs voor een menselijke toekomst. Culemborg: Uitgeverij Phronese
Delfos, M.F. (2010). Luister je wel naar mij? Gespreksvoering met kinderen tussen vier en twaalf jaar. Amsterdam: Uitgeverij SWP
Gordon, T. (2015). Luisteren naar kinderen. Van contact naar verbinding binnen het gezin. Uitgever: Kosmos Uitgevers
Herpen, M. van, (2014). Ik, de leraar. Driebergen: hetkind
Herpen, M. van, (2016). Wij de leraar. Onderwijs en opvoeding met het leven als uitgangspunt en de ander als perspectief. Uitgeest: Centrum voor Pedagogisch contact
Kanamori, T. (2013). Levenslessen van meester Kanamori. Driebergen: uitgave hetkind
​Korczak, J. (2001). Dagboek. In het ghetto van Warschau. Amsterdam: SWP uitgeverij en R. Görtzen
Korczak, J. (2010). Hoe houd je van een kind. Het kind in het gezin. Amsterdam: Uitgeverij SWP en René Görtzen
Meirieu, P. (2016). Pedagogiek. De plicht om weerstand te bieden. Culemborg / Parijs: Uitgeverij Phronese / ESF Editeur
Stevens, L. (2002). Zin in leren. Antwerpen – Apeldoorn: Garant-uitgevers n.v.
Stevens, L. & Bors, G. (2014). Pedagogische Tact. Op het goede moment het juiste doen, ook in de ogen van de leerling. Antwerpen: Garant Uitgevers NV
Winter, M. de, (2011). Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding. Amsterdam: Uitgeverij SWP

 

Versiegeschiedenis:
Eerste publicatie: juli 2017
Bijgewerkt in: maart 2018